Dit onbetaalde verlof kan bijvoorbeeld zijn ouderschapsverlof, zorgverlof of een sabbatical leave. Ook een periode van onbetaald verlof voorafgaand aan het pensioen is mogelijk. "Onbetaald" wil zeggen dat geen salaris uitbetaald wordt, in de plaats daarvan ontvangt de werknemer een uitke ring uit zijn eigen levenslooptegoed.
Personen die werknemer zijn in de zin van de Wet arbeid en zorg hebben het recht om deel te nemen aan sparen van de levensloopregeling. De werkgever is verplicht hieraan mee te werken. De werknemer geeft aan bij welke instelling hij zijn levensloopregeling wil sparen en welk gedeelte van zijn inkomen de werkgever dient over te maken aan die instelling.
Belangrijkste eigenschappen van levensloop sparen
De belangrijkste eigenschappen van levensloopregeling sparen hieronder op een rij gezet:
• er geldt een aantal fiscale voordelen;
• u kunt er jaarlijks maximaal 12% van het loon voor een levensloopregeling sparen;
• het gespaarde geld dient voor een verlof gebruikt te worden;
• de werkgever is niet verplicht mee te werken aan het verlof;
• iemand die wil sparen voor de levensloopregeling kan niet ook met spaarloon regeling meedoen;
• het geld is niet eenvoudig beschikbaar (geblokkeerde rekening).
Levensloopsparen in de praktijk
Bij levensloopregeling sparen geldt één voorwaarde: wie kiest voor levensloopregeling sparen mag niet deelnemen aan de spaarloonregeling en andersom. Een werknemer die wil deelnemen aan sparen van de levensloopregeling, vraagt de werkgever een bepaald deel van het bruto loon in te houden en dat te storen in een levensloop verzekering of op een geblokkeerde levenslooprekening. De werkgever is verplicht mee te werken aan de financiële kant van de levensloopregeling. De werknemer mag het verzoek tot deelname één keer per jaar doen. Hij mag echter wel altijd vragen om de stortingen en de inhoudingen te beëindigen of de hoogte ervan tussentijds aan te passen.
Levensloopregeling sparen: Hoe zit het dan met de fiscus?
Levensloopregeling sparen gebeurt over het brutoloon. Over het gespaarde bedrag is dus geen loonheffing verschuldigd, net zoals momenteel met spaarloon het geval is. Er moet pas belasting worden betaald als het levenslooptegoed wordt opgenomen. Over de inleg zijn wel premies werknemers verzekeringen verschuldigd. De opname van het tegoed is daardoor premievrij.
Oudere werknemers mogen meer levensloopregeling sparen
Voor oudere werknemers die minder gaan werken gelden bovenstaande regels niet. Werknemers tussen 50 en 55 jaar kunnen onmogelijk 210 procent van hun jaarsalaris bij elkaar sparen wanneer zij jaarlijks maximaal 12 procent van hun salaris mogen inleggen. Oudere werknemers mogen daarom onbeperkt levensloopregeling sparen, met een maximum van 210 procent van het jaarsalaris.